Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Onder 4.5.2 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:61.
Ik verheel niet dat voor de tegengestelde opvatting van mr. Kousedghi zeker wat valt te zeggen. Hij betoogt, in mijn parafrase, dat het beroep op verjaring pas aan de orde komt als kan worden aangenomen dat sprake is van een “overgeslagen goed”. Dat laatste nu is onderdeel van de grondslag van de vordering en zou, nu het is weersproken, door [de vrouw] moeten worden bewezen (s.t. 5.3 e.v.). Op de onder 4.5.1 genoemde grond zou ik voor de onderhavige zaak in dat betoog evenwel niet willen meegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901, en de alinea staat in dat document op bytes 33570 tot 34088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/26e73ecaa38d1858dbee17b565d2bbb771a467e19ce603deab34abc189012901 | shasum -a 256