Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015
Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:618.
In de cassatieschriftuur wordt – met verschillende argumenten – bestreden dat de stukken die de Rechtbank in het dossier heeft aangetroffen, aangemerkt kunnen worden als het vereiste advies van de minister van Financiën en de vereiste machtiging van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bedoeld in art. 552m, derde lid, Sv. Dit vanwege de gebreken die daaraan zouden kleven. Niet wordt echter ingegaan op de overweging van de Rechtbank dat de verweren reeds niet kunnen slagen omdat – kort gezegd – art. 552m, derde lid Sv er niet toe strekt de belangen van klagers te beschermen. Nu dit een grond betreft die de verwerping van de verweren zelfstandig draagt en de middelen die grond niet bestrijden, behoeven de middelen geen bespreking. Tot cassatie kunnen zij immers niet leiden. Dat het oordeel van de Rechtbank mogelijk op een onjuiste rechtsopvatting berust – zoals zou kunnen worden afgeleid uit HR 31 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4421, NJ 2005/418, waarin de Hoge Raad inhoudelijk ingaat op cassatiemiddelen die klagen over schending van art. 552m, derde lid, Sv – doet daaraan niet af. Een reden voor ambtshalve cassatie levert dat namelijk niet op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 18137 tot 19331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7 | shasum -a 256