Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 5.6. Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:618.

Voorts stelt de Rechtbank - in lijn met rechtspraak van de Hoge Raad voorop - “dat van inwilliging van het verzoek slechts kan worden afgezien, indien zich belemmeringen van wezenlijke aard voordoen, die voortvloeien uit de toepasselijke verdragen onderscheidenlijk de wet, in het bijzonder artikel 552l Sv, dan wel indien door inwilliging van het verzoek wordt gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van het Nederlandse strafprocesrecht” en oordeelt de Rechtbank vervolgens dat zich een dergelijke situatie zich hier niet voordoet. Daarbij heeft de Rechtbank kennelijk (mede) het oog gehad op de namens de klager gestelde gebreken in het kader van art. 552m, derde lid, Sv. Gelet op hetgeen ik hiervoor onder (1), (2) en (3) heb opgemerkt, is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Voor zover al sprake is van gebreken, liggen die in de sfeer van de formaliteiten. Er is geen enkele aanwijzing dat de onderscheiden bewindslieden zich niet vooraf of achteraf met het gegeven advies respectievelijk de gegeven machtiging hebben kunnen verenigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 23638 tot 24767.