Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 6.5. Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:618.

Als ik het goed begrijp bevat het middel echter ook de klacht dat art. 125i Sv toepassing mist in een rechtshulpprocedure als de onderhavige, zodat de Rechtbank geen verlof had mogen verlenen de met toepassing van deze bevoegdheid vergaarde gegevens ter beschikking te stellen van de officier van justitie. Ik laat hier in het midden of de Rechtbank het gevoerde verweer in deze zin heeft verstaan of had moeten verstaan. Ik laat ook in het midden of juist is dat de Rechtbank, zoals het middel lijkt te suggereren, heeft geoordeeld dat art. 125i Sv ingelezen kan worden in art. 552oa lid 4 Sv en dat de rechter-commissaris dus aan dat artikellid de bevoegdheid kan ontlenen om art. 125i Sv toe te passen. De rechtsvraag die het middel opwerpt, is naar het mij voorkomt belangrijk genoeg om te bespreken. Daarom laat ik ook in het midden of de klager, die door de Rechtbank kennelijk als belanghebbende is aangemerkt omdat hij als verdachte is aangemerkt, wel belang heeft bij de klacht over de onrechtmatige gegevensvergaring, nu de desbetreffende gegevens niet onder de klager, maar onder [B] B.V.(van welke B.V. klager werknemer was) zijn vergaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 29890 tot 31118.