Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015
Onder 6.7. Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:618.
Ik stel eveneens voorop dat aan art. 552p lid 2 Sv – waaruit blijkt dat verlof kan worden verleend ten aanzien van onder de rechter-commissaris (of onder de officier van justitie) berustende gegevensdragers “waarop gegevens zijn opgenomen die zijn vergaard met gebruikmaking van enige strafvorderlijke bevoegdheid” – niet de bevoegdheid tot toepassing van art. 125i Sv kan worden ontleend. Weliswaar valt onder de hier gegeven omschrijving ook een gegevensdrager waarop gegevens zijn vastgelegd die door middel van toepassing van art. 125i Sv zijn verkregen, maar daarmee is niet veel gezegd. Van welke bevoegdheden gebruik mag worden gemaakt ter voldoening aan een rechtshulpverzoek, wordt namelijk niet door art. 552p Sv bepaald. Het volgende om dit te illustreren. Ook diskettes die gegevens bevatten die door een telefoontap zijn verkregen, zijn gegevensdragers waarop gegevens zijn opgenomen die met gebruikmaking van enige strafvorderlijke bevoegdheid zijn vergaard. Toch is art. 552p Sv niet op deze gegevensdragers van toepassing. Voor zover het om de eerste volzin van art. 552p lid 2 Sv gaat, stuit de toepassing reeds af op het feit dat dergelijke diskettes normaal gesproken niet onder de rechter-commissaris berusten, en wel omdat diens bemoeienis met de telefoontap zich beperkt tot het verlenen van een machtiging. De tweede volzin van het artikellid lijkt wel toepassing te kunnen vinden, maar toch is dat niet het geval. In art. 552oa Sv is namelijk een specifieke regeling getroffen met betrekking tot de bijzondere opsporingsbevoegdheden. De verlofverlening voor de afgifte van “voorwerpen” die zijn verkregen door toepassing van (onder meer) art. 126m Sv is daardoor eveneens apart geregeld, en wel in art. 552oa lid 4 Sv. Aandacht daarbij verdient dat een bepaling als vervat in art. 552p lid 4 Sv ontbreekt. De mogelijkheid voor de indiening van een klaagschrift lijkt niet geboden te hoeven worden, naar ik aanneem omdat het gewenst kan zijn dat de verdachte van de toepassing van de desbetreffende bevoegdheid vooralsnog onkundig blijft. Doordat art, 552d Sv niet van overeenkomstige is verklaard, is cassatieberoep tegen de verlofverlening evenmin mogelijk. Als dus juist zou zijn dat art. 125i Sv ingelezen moet worden in art. 552oa lid 4 Sv, is daarvan de consequentie dat de klager in het onderhavige cassatieberoep niet ontvangen kan worden voor zover dat betrekking heeft op gegevens die door toepassing van art. 125i Sv zijn vergaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 31577 tot 34132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7 | shasum -a 256