Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Onder 6.11. Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:618.

Ook op een ander punt is inbreuk gemaakt op het oorspronkelijke stelsel. De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet van 27 mei 1999, Stb. 1999, 245) leidde zoals bekend tot een verschuiving in de bevoegdheidsverdeling tussen de rechter-commissaris en de officier van justitie. Zo werd de telefoontap een bevoegdheid van de officier van justitie, zij het dat daarvoor een machtiging was vereist van de rechter-commissaris. Het gevolg was dat in art. 552o lid 1 Sv voor de telefoontap (die eerder in dat artikellid was ingevoegd als een door de rechter-commissaris toe te passen dwangmiddel) geen plaats meer kon zijn weggelegd. De telefoontap kreeg, samen met alle andere bijzondere opsporingsbevoegdheden, een plaats in het nieuwe art. 552oa Sv. De vraag die dat oproept, is wat nog de betekenis is van art. 552o lid 4 Sv. Dat geen dwangmiddelen mogen worden toegepast anders dan overeenkomstig het bepaalde in art. 552o Sv klopte immers niet meer. Dat is alleen anders als men er vanuit zou willen gaan dat bijzondere opsporingsbevoegdheden geen dwangmiddelen zijn in de zin van genoemd artikellid. Maar als het louter een terminologische kwestie is (de telefoontap was vóór de inwerkingtreding wel een - in art. 552o Sv ondergebracht - dwangmiddel), kan moeilijk volgehouden worden dat het artikellid een fundamenteel, systeembepalend kenmerk van de wettelijke regeling vormt. Hoe dan ook, de officier van justitie beschikt sinds de inwerkingtreding van art. 552oa Sv over een groot arsenaal aan ingrijpende bevoegdheden dat door hem ingezet kan worden ter voldoening aan een rechtshulpverzoek. En passant werd daarbij ook met een andere uitgangspunt gebroken. Een verdragsgrondslag is niet vereist als het gaat om een niet in het eerste lid van art. 552oa Sv genoemde bevoegdheid, dat wil zeggen als voor de desbetreffende bevoegdheid geen machtiging van de rechter-commissaris is vereist (art. 552oa lid 2 Sv). Daarbij geldt ook hier dat van een fundamenteel principe geen sprake kan zijn als de gelding ervan afhangt van de gekozen terminologie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 40102 tot 42170.