Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015
Onder 6.15. Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:618.
Of die laatste toevoeging juist is, valt gelet op het voorgaande te betwijfelen. Zij lijkt te bevestigen dat het oorspronkelijke wettelijke stelsel voor de wetgever destijds al niet langer een levende werkelijkheid was. Maar dat terzijde. Hier van belang is dat het artikel 125i waarvan in de MvT werd gesproken, een andere inhoud had dan thans het geval is. Het ging destijds om een bevoegdheid tot het vorderen van gegevens die in geautomatiseerde werken waren opgeslagen. Aan die bevoegdheid bestond geen behoefte meer toen de in 2006 in werking getreden Wet bevoegdheden vorderen gegevens (Stb. 2005, 390) de materie opnieuw regelde. De nieuw gecreëerde bevoegdheden werden vormgegeven als bijzondere opsporingsbevoegdheden en kregen een plaats in de Titels die daarop zagen. Art. 552oa Sv werd aan die wijziging aangepast, zodat de officier van justitie deze bevoegdheden kon toepassen ter voldoening aan een rechtshulpverzoek. De vermelding in art. 552o lid 1 Sv van “het onderzoeken van gegevens in geautomatiseerde werken” werd dientengevolge weer uit het artikellid geschrapt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7, en de alinea staat in dat document op bytes 48681 tot 49849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c974037da133966d4ef6e46f2f5d0a32f70fdad87d8883cd619d3ef541253ec7 | shasum -a 256