Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:63.

De klacht in subonderdeel 5.1, paragraaf 5.1.3 , die zich richt tegen de betekenis die het hof in de voorlaatste volzin van rov. 2.28 van het eindarrest aan de kennis van de advocaat, die aan de zijde van de Gemeente optrad, in de verhouding tot Landgoed toekent, slaagt evenmin. In de eerste plaats draagt de betreffende overweging, gelet op het woord ‘temeer’ het karakter van een overweging ten overvloede. Verder is het – gelet op het feit dat de problematiek, waarbij de advocaat betrokken was, mede de Raad aanging – niet onbegrijpelijk, dat het hof aanneemt dat Landgoed heeft mogen veronderstellen dat de voor de Gemeente optredende advocaat ook bekend was met wat er bij de Raad leefde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba09b485740759f19e5c597605b1527833fb0a2ec47e9a6ceb30651d12766066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba09b485740759f19e5c597605b1527833fb0a2ec47e9a6ceb30651d12766066, en de alinea staat in dat document op bytes 89359 tot 90112.