Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:691.

In de praktijk is de vraag gerezen of de regeling inzake opvolgend vervoer van art. 34 CMR ook van toepassing is indien de hoofdvervoerder het vervoer niet zelf ter hand neemt, maar dit geheel uitbesteedt aan een door hem ingeschakelde ondervervoerder. De hoofdvervoerder is dan een ‘papieren vervoerder’. Hierover bestaan twee opvattingen: een enge en een ruime. In de enge, beperkte opvatting is in dit geval de ondervervoerder niet aan te merken als opvolgend vervoerder in de zin van art. 34 e.v. CMR. Van opvolgend vervoer is slechts sprake indien alle betrokken vervoerders deelnemen aan het vervoer. Een vervoerder moet dus de goederen en de vrachtbrief feitelijk in ontvangst hebben genomen en naderhand aan een opvolgend vervoerder hebben overgegeven. In de ruime opvatting wordt de ondervervoerder die als eerste het vervoer feitelijk ter hand neemt, de goederen in ontvangst neemt en de vrachtbrief ontvangt, aangemerkt als opvolgend vervoerder, wanneer tevens vaststaat dat het vervoer is onderworpen aan één overeenkomst. In dit geval is aan alle vereisten van art. 34 CMR voldaan. Niet is vereist dat de opvolgend vervoerder de goederen of de vrachtbrief moet hebben ontvangen van de met hem contracterende voorafgaande vervoerder. Dat de voorafgaande vervoerder eventueel een ‘papieren vervoerder’ is, staat aan de toepassing van art. 34 e.v. CMR niet in de weg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420, en de alinea staat in dat document op bytes 19073 tot 20473.