Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:691.
Sedert de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de ruime opvatting inzake opvolgend vervoer in binnen- en buitenlandse literatuur steeds meer aanhangers gekregen, zodat thans van een heersende opvatting kan worden gesproken. Daarbij is het belangrijkste argument ten gunste van deze opvatting dat de rechtsgevolgen die uit het zijn van opvolgend vervoerder voortvloeien niet moeten afhangen van het feit of gecontracteerd is met een ‘papieren vervoerder’ dan wel met een vervoerder die zelf een deel van het vervoer ter hand heeft genomen. De focus is in deze opvatting komen te liggen op het belang dat de schadelijdende partij (ladingbelanghebbende/regreszoekende vervoerder) heeft om zijn schade vergoed te zien. Voorts wordt als argument aangedragen dat het begrip vervoerder onder de CMR niet een feitelijk maar een juridisch begrip is, hetgeen inhoudt dat de vervoerder niet zelf persoonlijk het vervoer behoeft uit te voeren. Overigens wordt ook in de literatuur waarin de ruime opvatting wordt aangehangen, erop gewezen dat de regeling van het opvolgend vervoer in art. 34 e.v. CMR ongelukkig is te noemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420, en de alinea staat in dat document op bytes 22878 tot 24203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420 | shasum -a 256