Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:691.

Het subonderdeel onder 1.3 betoogt dat het oordeel van het hof in rov. 4.5 dat het vervoer onderworpen is aan één enkele overeenkomst, onbegrijpelijk is gemotiveerd in het licht van het verweer van [eiseres] . Terecht wijst het middel erop dat art. 34 CMR vereist dat het vervoer moet zijn onderworpen aan één enkele overeenkomst. In cassatie is uitgangspunt dat Trans-O-Flex met de ladingbelanghebbende een vervoerovereenkomst voor het gehele vervoer heeft gesloten. Het is niet relevant dat mogelijkerwijs tussen Trans-O-Flex en [verweerster] en tussen [verweerster] en [eiseres] ook vervoerovereenkomsten zijn gesloten die een andere inhoud hebben dan de vervoerovereenkomst tussen Trans-O-Flex en de ladingbelanghebbende. Art. 34 CMR heeft immers tot gevolg dat iedere opvolgend vervoerder partij wordt bij één vervoerovereenkomst, zonder uit te sluiten dat de betrokken vervoerders onderling aanvullende of afwijkende bepalingen bedingen. Art. 40 CMR bepaalt om die reden dat vervoerders onderling van de in art. 37 en 38 CMR opgenomen regresregeling kunnen afwijken. Dat in het onderhavige geval een afwijkende regresregeling tussen [verweerster] en [eiseres] geldt, is niet aangevoerd. Wel is relevant of [eiseres] met de inontvangstneming van de vrachtbrief partij is geworden (op de voorwaarden van de vrachtbrief) bij de vervoerovereenkomst tussen de ladingbelanghebbende en Trans-O-Flex. Het gevolg hiervan kan zijn dat [eiseres] als opvolgend vervoerder te maken krijgt met twee met elkaar conflicterende vervoerovereenkomsten (namelijk enerzijds de overeenkomst die hij heeft gesloten met [verweerster] en anderzijds de overeenkomst waarbij hij als opvolgend vervoerder partij is geworden). In het onderhavige geval is niet gesteld of vast komen te staan dat de tussen [verweerster] en [eiseres] gesloten vervoerovereenkomst van invloed is op de regresvordering die [verweerster] op grond van art. 37 CMR uitoefent. Het hof heeft daarom kunnen oordelen dat de standpunten van [eiseres] niet kunnen leiden tot het oordeel dat er niet sprake is van één overeenkomst (rov. 4.5). Hierop stuit het subonderdeel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420, en de alinea staat in dat document op bytes 27173 tot 29381.