Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:691.
Bij de bespreking van dit onderdeel stel ik het volgende voorop. De vervoerder die schadevergoeding aan de rechthebbende heeft betaald, heeft in beginsel een recht van verhaal op de opvolgende vervoerders die aan de uitvoering van de vervoerovereenkomst hebben deelgenomen (art. 37 CMR). Het betreft hier het recht van regres tussen vervoerders onderling. Daarbij geldt op grond van art. 37 aanhef en onder a CMR dat de vervoerder, door wiens toedoen de schade is veroorzaakt, de schadevergoeding alleen draagt, onverschillig of deze door hemzelf of door een andere vervoerder is betaald. De vraag is vervolgens welke verweren de vervoerder op wie regres wordt genomen, mag voeren jegens de vervoerder door wie hij wordt aangesproken. Art. 39 lid 1 CMR bepaalt daarover dat de vervoerder op wie verhaal wordt uitgeoefend, niet gerechtigd is de gegrondheid van de betaling door de vervoerder, die het verhaal uitoefent, te betwisten, wanneer de schadevergoeding is vastgesteld bij rechterlijke uitspraak, mits hij behoorlijk van het rechtsgeding in kennis is gesteld en hij gelegenheid heeft gehad om daarin zich te voegen of tussen te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420, en de alinea staat in dat document op bytes 34900 tot 36119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420 | shasum -a 256