Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:691.

Onderdeel 2 valt uiteen in twee subonderdelen (genummerd 3.1 en 3.2). In subonderdeel 3.1 wordt opgekomen tegen rov. 4.11 van het bestreden arrest, waarin het hof art. 39 CMR heeft uitgelegd. Volgens het hof bepaalt art. 39 lid 1 CMR dat een vervoerder die in de gelegenheid is gesteld deel te nemen aan het (eerste) geding door zich te voegen of tussen te komen, gebonden is aan de uitslag van dat geding en dat het, anders dan [eiseres] betoogt, bij de gebondenheid aan de uitspraak niet alleen gaat om de grondslag maar ook om de hoogte van de schadevergoeding. Volgens het onderdeel gaat het hof hiermee uit van een onjuiste rechtsopvatting, omdat art. 39 CMR niet meer inhoudt dan dat de vervoerder, op wie verhaal wordt uitgeoefend, niet gerechtigd is de gegrondheid te betwisten van de betaling door de verhaalzoekende vervoerder aan de ladingbelanghebbende en daarmee diens aansprakelijkheid jegens de ladingbelanghebbende. Art. 39 CMR laat onverlet dat de vervoerder op wie verhaal wordt gezocht, zijn eigen aansprakelijkheid kan betwisten en dat de rechter dit moet beoordelen, aldus het subonderdeel. Subonderdeel 3.2 bouwt hierop voort en betoogt voorts dat het hof enkele essentiële stellingen van [eiseres] heeft gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420, en de alinea staat in dat document op bytes 41188 tot 42559.