Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:691.

Anders dan het onderdeel aanvoert, heeft het hof geen essentiële stellingen gepasseerd. De omstandigheid dat [verweerster] klaarblijkelijk geen verweer heeft gevoerd tegen de stelling van Trans-O-Flex dat [verweerster] volledig aansprakelijk is op grond van art. 29 CMR, is geen essentiële stelling, nu niet wordt bestreden dat [eiseres] de mogelijkheid heeft gehad om zich in de Duitse procedure te voegen of tussen te komen (en daar een dergelijk verweer had kunnen voeren), maar daarvan kennelijk geen gebruik heeft gemaakt. Voorts betoogt het onderdeel dat het voor rekening van [verweerster] komt dat zij de regresvordering in Nederland heeft gevoerd, zodat zij daarmee het risico in het leven heeft geroepen dat een discrepantie komt te bestaan tussen het oordeel van de Duitse rechter in de procedure tussen [verweerster] en Trans-O-Flex en het oordeel van de Nederlandse rechter in de procedure tussen [verweerster] en [eiseres] . Dit betoog faalt, omdat doel en strekking van art. 39 CMR met zich brengen dat, voor zover geen sprake is van een afwijkende regeling op dit punt tussen [verweerster] en [eiseres] , [eiseres] niet meer kan opkomen tegen het oordeel van de Duitse rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aeadbad8afc76ab2d464e51b086e34a6009a848c6bc38c2f55977ebfeb6e420, en de alinea staat in dat document op bytes 43863 tot 45135.