Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:692.

b) De volgende klachten berusten op de lezing dat het hof gelijktijdig met de toets van art. 3:113 BW ook de toets van art. 3:108 BW heeft toegepast. Zij luiden dat het hof ook in dat geval heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting althans zijn beslissing onbegrijpelijk heeft gemotiveerd door geen eigendomspretentie – dus geen bezit – van [eiser] c.s. aan te nemen op de grond dat zij zich (ik begrijp: naar verkeersopvatting) de feitelijke macht evengoed kunnen hebben verschaft met de pretentie van een huurder. Daartoe wordt aangevoerd dat in deze zaak geen enkel relevant aanknopingspunt bestond voor een aanname van die strekking (cassatiedagvaarding onder 10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ae18ffa95771c1dd4cb0b3e70aa6e56421d3117a84df18207d6ce2d0427079. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ae18ffa95771c1dd4cb0b3e70aa6e56421d3117a84df18207d6ce2d0427079, en de alinea staat in dat document op bytes 16451 tot 17194.