Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 2.4.3 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:692.
Uit het voorgaande volgt dat voor verkrijging uit hoofde van art. 3:105 BW slechts vereist is dat degene die zich op die verkrijging beroept het bezit heeft op het moment waarop de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit wordt voltooid. Niet relevant is of het bezit al dan niet te goeder trouw is, evenmin hoe lang de actuele bezitter bij het verstrijken van de termijn het bezit van het goed al heeft. Voor de voltooiing van de verjaring is nodig dat de toestand dat een ander dan de rechthebbende bezitter (althans onrechtmatig houder) is, gedurende de gehele verjaringstermijn van twintig jaren heeft voortgeduurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ae18ffa95771c1dd4cb0b3e70aa6e56421d3117a84df18207d6ce2d0427079. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ae18ffa95771c1dd4cb0b3e70aa6e56421d3117a84df18207d6ce2d0427079, en de alinea staat in dat document op bytes 20714 tot 21445.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5ae18ffa95771c1dd4cb0b3e70aa6e56421d3117a84df18207d6ce2d0427079 | shasum -a 256