Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.1.9 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:7.
De constructie van het verweer van GS Media in het feitelijk debat was telkens: dit is zo’n minuscuul deel van de foto, dat geen werk is openbaargemaakt/verveelvoudigd, nu de auteursrechtelijk beschermde trekken daarin niet meer zijn te herkennen, althans dat sprake is van een geoorloofd citaat . Dat laatste subsidiaire verweer veronderstelt dat wanneer wél sprake zou zijn van auteursrechtelijk ongeoorloofd openbaarmaken, de wettelijke uitzondering van het citaatrecht opgaat. Het subsidiaire verweer “althans geoorloofd citaat” veronderstelt dus impliciet het voorhanden zijn van een (deel van een) werk dat is geopenbaard, want dat is de voorbehouden handeling die door de citaatrechtuitzondering geoorloofd is. Het hof is meteen doorgestoken naar dat subsidiaire verweer en geeft daarmee impliciet te kennen dat zij de betreffende uitsnede nog een geopenbaard deel van een werk vindt, omdat daarin nog de auteursrechtelijk relevante trekken zijn te zien. Dat is een feitelijke beoordeling voorbehouden aan het hof. Gelet op pp. 23-24 van GS Media HR van mr. Chavannes is dat vanwege de daaruit blijkende voor een auteursrechtelijk fotowerk relevante elementen als belichting, scherptediepte, hoek, positionering, afstand tot het model en dergelijke, niet onbegrijpelijk, zodat ik geen motiveringsgebrek ontwaar. Dat het hof overigens een deel van een foto als citaat uit een werk bestaande uit de hele foto heeft gezien (op dat spoor gezet door het partijdebat), doet misschien nog een werkbrauw fronsen. Meestal is een beeldcitaat een hele foto of afbeelding uit een meer foto’s/afbeeldingen of andere elementen omvattend werk, zoals een illustratie uit een boek bij een recensie van dat boek. Dat is ons klassieke beeld van een citaat, maar ik zie niet in waarom de gedachte van het hof auteursrechtelijk fout is. Ik denk dat het hof dit op zichzelf methodisch zo heeft kunnen doen. Vaststaat dat de foto’s werken zijn van [betrokkene 1]. Als je dan een deel overneemt, kun je dat als een citaat uit dat werk beschouwen en daar gelden eisen voor die het hof is nagelopen en aan die citaateisen is volgens het hof niet voldaan. Ik heb me nog wel afgevraagd of dit hele betoog niet op de verkeerde gedachte berust dat voor een citaat sec de werkdrempel moet gelden. Dat kan denk ik blijven rusten in de zo begrepen en hiervoor verworpen stelling van GS Media, dat de auteursrechtelijk relevante trekken niet (voldoende) naar voren komen in de minuscule uitsnede.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0735b419da6dd0eb83caef0bbd23ae701060f7cc5a45a457ad55fa8b1d588e55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0735b419da6dd0eb83caef0bbd23ae701060f7cc5a45a457ad55fa8b1d588e55, en de alinea staat in dat document op bytes 39758 tot 42349.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0735b419da6dd0eb83caef0bbd23ae701060f7cc5a45a457ad55fa8b1d588e55 | shasum -a 256