Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:7.

Onderdeel II.3 , met uitwerking in onderdelen II.7-II.9 , klaagt dat het oordeel dat de Auteurswet zo’n wettelijke beperking is, waar slechts in uitzonderlijke (niet gestelde of gebleken) gevallen door de informatievrijheid op kan worden ingebroken, onjuist is. Onderdeel II.4 werkt onderdeel I.1 uit met de rechtsklacht dat het hof miskent dat geldt dat de rechter in concreto een belangenafweging moet maken tussen auteursrecht en vrijheid van meningsuiting, althans in een situatie als in deze zaak. Toetsing in abstracto, dus alleen de toets: levert een uiting auteursrechtinbreuk op, zoals het hof gedaan heeft, volstaat niet. Concreet moet onderzocht worden of een auteursrechtelijke beperking op de vrijheid van meningsuiting van art. 10 EVRM noodzakelijk is in een democratische samenleving: is voor deze beperking op art. 10 EVRM een dringende maatschappelijke noodzaak ( pressing social need ) aanwezig en is deze beperking in overeenstemming met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat heeft het hof miskend, althans is die beslissing onvoldoende gemotiveerd (gelet op de stellingen bij MvG 131-145 in het bijzonder).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0735b419da6dd0eb83caef0bbd23ae701060f7cc5a45a457ad55fa8b1d588e55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0735b419da6dd0eb83caef0bbd23ae701060f7cc5a45a457ad55fa8b1d588e55, en de alinea staat in dat document op bytes 48122 tot 49495.