Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 3.1.1 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:711.
Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 4.9, voor zover het Hof daarin heeft geoordeeld dat het gevorderde ten laste van [verweerder 1] zal worden afgewezen nu de opdracht aan de maatschap en niet aan hem persoonlijk is gegeven. [eiser] klaagt dat dit oordeel onvoldoende is gemotiveerd. Volgens [eiser] volgt uit zijn stellingen - [verweerder 1] heeft nergens aangegeven dat hij op naam van een B.V. handelde en heeft alle stukken op persoonlijke titel getekend - dat hij ervan is uitgegaan dat hij de opdracht verstrekte aan een maatschap waarin [verweerder 1] persoonlijk maat was, in plaats van aan zijn praktijkvennootschap. In het licht van zijn stellingen had het Hof moeten onderzoeken of de opdracht is verstrekt aan [verweerder 1] als maat in de maatschap, althans of [eiser] daar gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2, en de alinea staat in dat document op bytes 60582 tot 61531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2 | shasum -a 256