Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:711.
Onderdeel 3 klaagt dat het Hof [eiser] niet in de gelegenheid heeft gesteld om [B] B.V. in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv. Volgens [eiser] blijkt uit de processtukken dat hij [verweerder 1] heeft gedagvaard in de veronderstelling dat hij persoonlijk maat was in de maatschap [A] . Duidelijk was dat hij bedoelde alle maten in de maatschap in rechte te betrekken. Indien blijkt dat het de bedoeling is de gezamenlijke maten te dagvaarden, maar niet alle (rechts)personen zijn gedagvaard die ten tijde van de dagvaarding maat waren, behoort de rechter des verzocht, of zo hij het nodig oordeelt dat de niet gedagvaarde maten aan het geding (kunnen) deelnemen, de gelegenheid te geven die personen alsnog in het geding te betrekken. Voor zover het Hof heeft geoordeeld dat [eiser] niet de bedoeling had om [verweerder 1] (mede) als maat in de maatschap te dagvaarden, is zijn oordeel onbegrijpelijk in het licht van de inhoud van de processtukken. De inleidende dagvaarding vangt aan met de stelling dat [betrokkene 1] en [verweerder 1] vennoot/firmant waren in de maatschap. Voor zover het Hof aan deze stelling voorbij heeft gezien, is zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2, en de alinea staat in dat document op bytes 110311 tot 111577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2 | shasum -a 256