Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:711.
Hoewel de woorden ‘desverzocht’ en ‘zo hij het nodig oordeelt’ in rov. 3.4.3 een wat vrijblijvender geest lijken te ademen, wordt in de literatuur aangenomen dat uit het gebruik van het woord ‘behoren’ volgt dat op de rechter de verplichting rust art. 118 Rv ambtshalve toe te passen. Deze verplichting lijkt beperkt te zijn tot de situatie dat is beoogd de maatschap te dagvaarden, de maatschap niet zelf is gedagvaard en ook niet alle (rechts)personen die ten tijde van de dagvaarding maat waren - de gezamenlijke maten - zijn gedagvaard. Het gaat om de situatie dat verhaal wordt gezocht op het maatschapsvermogen. Dan zijn we weer terug bij hetgeen onder 3.35 werd vermeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2, en de alinea staat in dat document op bytes 116611 tot 117441.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2 | shasum -a 256