Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Onder 4.8.5. Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:711.

De stelling van [verweerder] c.s. dat de notaris heeft gewezen op de waarde van de grond in Roden rechtvaardigt ook geen ander oordeel nu een (summiere) mededeling van de notaris (dat de dekking er was) de verantwoordelijkheid van de advocaat tegenover zijn cliënt onverlet laat. Dit geldt ook voor de stelling van [verweerder] c.s. dat (volgens een uitlating van [eiser] zelf) [eiser] in goed vertrouwen akkoord is gegaan met de door de medewerker van de notaris aangeboden zekerheid (namelijk de grond in Roden). De stellingen van [verweerder] c.s. over (de bekendheid van [eiser] met) een taxatierapport, de (in de taxatie genoemde) verwachtingswaarde, de onvoorspelbaarheid van de waarde bij executie en de mogelijkheid dat de investering grotendeels verloren zou kunnen gaan, laten de taak en de aansprakelijkheid van [verweerder] c.s. onverlet en zullen aan de orde komen bij de beoordeling van zijn beroep op eigen schuld van [eiser] . Immers, deze stellingen nemen niet weg dat [verweerder] c.s. als redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat zijn cliënt [eiser] moest adviseren op deze punten (of zich ervan moest vergewissen dat de cliënt al voldoende geïnformeerd was en de informatie begreep), hetgeen [verweerder] c.s. heeft nagelaten. In deze advisering moest [verweerder] c.s. duidelijk maken wat de positie van [eiser] was, welke risico’s er waren en welke opties hij had (bijvoorbeeld voor onderzoek). [verweerder] c.s. stelt niets waaruit kan worden afgeleid dat hij deze punten (in mei 2008) met [eiser] heeft besproken vóórdat [eiser] de geldlening is aangegaan of dat hij destijds redelijkerwijs heeft mogen begrijpen dat [eiser] al voldoende geïnformeerd was. [eiser] betwist niet (gemotiveerd) de stelling van [verweerder] c.s. dat de waarde van de aangeboden zekerheid (de grond in Roden), naar [eiser] bij het aangaan van de geldlening van mei 2008 wist, afhankelijk was van een wijziging van het bestemmingsplan. Het verwijt van [eiser] (waar [verweerder] c.s. niet op in is gegaan, anders dan een ontoereikende betwisting in voetnoot 9 van de conclusie van antwoord in eerste aanleg) is echter dat een dergelijke wijziging helemaal niet aan de orde was, zoals nadere advisering (of daarop volgend nader onderzoek) duidelijk zou hebben gemaakt (dagvaarding eerste aanleg nr. 27). Hier lag dus, anders dan [verweerder] c.s. betoogt, wel een taak voor een advocaat zoals hiervoor overwogen. [verweerder] c.s. merkt op dat hij niet de taak had bij de gemeente informeren (en dat de gemeente destijds geen gegevens zou hebben verstrekt). Ook als het laatste al juist zou zijn, dan neemt dat niet weg dat [verweerder] c.s. [eiser] ook daarover had moeten informeren en deugdelijk had behoren te adviseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edda256e69e4e5ae49fcbe893076495967f04dbab4a0f1412164453fcf1844d2, en de alinea staat in dat document op bytes 33302 tot 36055.