Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.1.20 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:729.

Een insteek zou dan de volgende kunnen zijn. Het komt een beetje gezocht voor om TPB hier het IE-inbreukoordeel te laten ontspringen met de redenering dat het niet TPB is die BitTorrent-client-software verschaft en dus geen interventie pleegt. Dat doet te weinig recht aan het techniek-onafhankelijke openbaarmakingsbegrip uit het auteursrecht en wat TPB in wezen bewerkstelligt. Is dat niet enigszins (ook die vergelijking is niet helemaal zuiver, zo realiseer ik mij) vergelijkbaar met de redenering dat een “klassieke” aanbieder van ongeoorloofde films op een website geen inbreuk zou maken, omdat deze niet de mediaspeler levert, waarmee die films kunnen worden afgespeeld? Die software – bijvoorbeeld Windows Media Player of andere gratis en “alom op internet tegenwoordige” (vlg. onderdeel Ia.5) mediaspelers – moet de computergebruiker immers ook eerst zelf op het gebruikte computersysteem installeren en vervolgens gebruiken. In die klassieke context is geen houdbare stelling dat dat geen auteursrechtinbreuk zou zijn. Ondanks het niet verschaffen van een mediaspeler is het een “acte clair” dat dat een mededeling aan het publiek betreft. Verschil is natuurlijk wel dat de klassieke piraat integrale ongeoorloofde kopieën op het net zet. TPB en andere BitTorrent sites organiseren/faciliteren “opknipwerk” op een manier die auteursrechtelijke hoofdpijn lijkt te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd, en de alinea staat in dat document op bytes 65131 tot 66544.