Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015
Onder 2.1.31 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:729.
32 Bijgevolg moet worden geoordeeld dat, aangezien de internetprovider noodzakelijkerwijs betrokken is bij elke doorgifte op internet van een inbreuk tussen een van zijn klanten en een derde doordat hij deze doorgifte mogelijk maakt door internettoegang te verschaffen (zie in die zin beschikking van 19 februari 2009, LSG-Gesellschaft zur Wahrnehmung von Leistungsschutzrechten, C‑557/07, Jurispr. blz. I‑1227, punt 44), een internetprovider als die van het hoofdgeding – die zijn klanten toegang verschaft tot door een derde op internet voor het publiek beschikbaar gestelde beschermde werken – kan worden aangemerkt als een tussenpersoon wiens diensten worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht of naburige rechten in de zin van artikel 8, lid 3, van richtlijn 2001/29.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd, en de alinea staat in dat document op bytes 82283 tot 83091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd | shasum -a 256