Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015
Onder 3.1.8 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:729.
Ik roep in herinnering dat de Nederlandse wetgever het niet nodig vond om art. 8 lid 3 Arl te implementeren in de Nederlandse regelgeving in verband met het bestaande civielrechtelijke handhavingskader. Uit de parlementaire geschiedenis van art. 26d Aw volgt dat de vordering tegen de tussenpersoon beperkt blijft tot een bevel tot staking van de diensten die door de derde worden gebruikt om inbreuk te maken. Andere bijkomende vorderingen zijn volgens de wetgever niet mogelijk, terwijl dit artikel ook geen aansprakelijkheid van de tussenpersoon ten aanzien van de inbreukmakende handelingen door de derde schept .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd, en de alinea staat in dat document op bytes 227371 tot 228065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd | shasum -a 256