Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 3.4.3 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:729.

Degene aan wie het Erfolgsverbot wordt opgelegd moet bij de keuze van de te nemen maatregelen tot nakoming van dat bevel ervoor zorgdragen dat de vrijheid van informatie in acht wordt genomen. Dwangsommen worden bij een Erfolgsverbot pas verbeurd nadat in de executiefase om oplegging daarvan is gevraagd. Bij deze maatregel is dus slechts sprake van een weging van de grondrechten door de (Oostenrijkse) rechter voor zover daartegen wordt opgekomen. Een dergelijke maatregel kent het Nederlandse recht niet. De Nederlandse rechter beslist op de door een eiser gevorderde maatregelen jegens de tussenpersoon. In dat verband moet en kan de rechter dus direct rekening houden met de vrijheid van informatie van de internetgebruikers. Deze vormen zodoende een onderdeel van de door de rechter te maken belangenafweging/grondrechtenweging om te komen tot een “juist evenwicht”. Bovendien kan op grond van het Nederlandse procesrecht eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen of tussenkomen (art. 217 Rv). Aan de weging van de vrijheid van informatie is het hof in deze zaak echter niet toegekomen, nu het hof al op grond van het ontbreken van effectiviteit van de maatregelen de vordering heeft afgewezen. Het onderdeel strandt hierop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb6e89026e84502023e937372685fdc7e2a60df44634417f5caff0c063bbfabd, en de alinea staat in dat document op bytes 271387 tot 272774.