Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:76.

De klacht komt erop neer dat het hof heeft miskend dat het op grond van de positieve zijde van de devolutieve werking van het appel gehouden was tot ambtshalve onderzoek van het in eerste aanleg gevoerde en niet door de rechtbank beoordeelde verweer van [eiseres] dat het appartement niet als bedrijfswoning moet worden aangemerkt. Dat zou slechts anders kunnen zijn als [eiseres] deze stelling in hoger beroep zou hebben prijsgegeven, en daarvan is geen sprake, noch heeft het hof dit onderzocht. Indien het hof in rov. 12 van het tussenarrest van 9 maart 2010 heeft geoordeeld dat [eiseres] haar stelling heeft prijsgegeven, heeft het hof een onjuiste – te lichte – maatstaf gehanteerd althans een onbegrijpelijk oordeel gegeven. Voor dat oordeel is niet toereikend dat [eiseres] de stelling van [verweerder] en de brief van de gemeente van 2 oktober 2008 niet weersproken heeft, noch dat zij in appel het in rov. 11 weergegeven (primaire en subsidiaire) standpunt heeft ingenomen, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27957edde6cd53a218914b1475ea3a71afbb8fb662e7551dc8341ab8f010e8f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27957edde6cd53a218914b1475ea3a71afbb8fb662e7551dc8341ab8f010e8f0, en de alinea staat in dat document op bytes 31938 tot 32962.