Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:79.
In de praktijk is twijfel gerezen over de bedoeling van artikel 9.1.10 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening. Om de bedoeling van de wetgever beter tot uitdrukking te brengen wordt voorgesteld aan dat artikel een derde lid toe te voegen. In dat lid wordt geregeld dat indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro reeds een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is ingediend, en die vrijstelling (al dan niet na inwerkingtreding van de Wro) is verleend, ook na de inwerkingtreding van de Wro nog een besluit tot verlening van een bouwvergunning in overeenstemming met die vrijstelling kan worden genomen. Dat betekent dat de op basis van de (oude) Wet op de Ruimtelijke Ordening verleende vrijstellingen, ook onder de werking van de (nieuwe) Wro onverminderd hun werking behouden.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7db7780009c3ac9335811e38c5cccde06063dbe0dc992837ff66a1cd97c77b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7db7780009c3ac9335811e38c5cccde06063dbe0dc992837ff66a1cd97c77b12, en de alinea staat in dat document op bytes 60953 tot 61841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7db7780009c3ac9335811e38c5cccde06063dbe0dc992837ff66a1cd97c77b12 | shasum -a 256