Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:79.

Omdat [A] de aanvraag om bouwvergunning, welke aanvraag tevens als een (impliciet) verzoek om een vrijstelling als bedoeld in art. 19 lid 1 WRO had te gelden, vóór de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wro, te weten in maart 2007, had ingediend, moest de Gemeente die aanvraag op grond van art. 9.1.10 Invoeringswet Wro óók na de inwerkingtreding van de (nieuwe) Wro volgens de (oude) WRO afwikkelen. Daarbij wijs ik erop, dat art. 9.1.10 lid 3 Invoeringswet Wro uitdrukkelijk spreekt van “een aanvraag om bouwvergunning” ( “Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een aanvraag om bouwvergunning (…).” ). Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het verband tussen een verzoek om vrijstelling en een daarmee samenhangende aanvraag om bouwvergunning zo hecht, dat het oude recht van toepassing blijft ter zake van de aanvraag om bouwvergunning, óók als die aanvraag, anders dan het daarmee verband houdende verzoek om vrijstelling, eerst ná 1 juli 2008 is ingediend en óók als (anders dan waarvan de tekst van art. 9.1.10 lid 3 Invoeringswet Wro uitgaat) de bouwvergunning niet is verleend, maar (evenals het samenhangende verzoek om vrijstelling) juist is geweigerd .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7db7780009c3ac9335811e38c5cccde06063dbe0dc992837ff66a1cd97c77b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7db7780009c3ac9335811e38c5cccde06063dbe0dc992837ff66a1cd97c77b12, en de alinea staat in dat document op bytes 63499 tot 64933.