Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2015

Onder 10.4.2 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:794.

Het door het HvJ in het vorenaangehaalde citaat genoemde arrest Direct Parcel Distribution Belgium ging, kort gezegd, om het bewijs van boeking van een douaneschuld, welk bewijs de belastingplichtige (de ontvanger van de mededeling van boeking) moest leveren. In die context overwoog het HvJ in het aangehaalde punt 35 – het doet denken aan ‘bewijsregel(s)’ 3 (en 4) van Koopman (zie punt 9.4.2) – dat de rechter gebruik moet maken van alle procedurele middelen die het nationale recht biedt, waaronder de overlegging van stukken door één der partijen of een derde, indien het te leveren bewijs betrekking heeft op gegevens, waarover degene die de bewijslast heeft, niet kan beschikken. Dat is toch nét iets anders dan de onderhavige situatie, waarin degene die moet bewijzen een bewijsmiddel (zij het oncontroleerbaar) heeft – dat door de rechter als geloofwaardig wordt beoordeeld – en degene die tegenbewijs moet leveren niet beperkt is tot een (bepaald) tegenbewijsmiddel waarover zij niet kan beschikken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de1914321071adf29551028bd6842bf41b4c1317172a6a87b8c6bf983417e284. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de1914321071adf29551028bd6842bf41b4c1317172a6a87b8c6bf983417e284, en de alinea staat in dat document op bytes 130179 tot 131280.