Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015
Onder 7.3. Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:8.
De Afdeling noemt behalve de eis dat de maatregel proportioneel moet zijn nog enkele andere waarborgen, die voortvloeien uit het bestempelen van de maatregel als een ‘criminal charge’. Het gaat volgens de Afdeling om mede uit art. 6 EVRM voortvloeiende rechten als de onschuldpresumptie, het ne bis in idem-beginsel, het legaliteitsbeginsel en de eisen van behandeling binnen een redelijke termijn. Ook deze moeten in rechte kunnen worden ingeroepen. Een kanttekening daarbij zou kunnen zijn dat deze rechten bepaald niet alle uit art. 6 EVRM zelf voortvloeien. Wél de onschuldpresumptie, die in art. 6 lid 2 EVRM is verwoord, en uiteraard het recht op berechting binnen een redelijke termijn uit lid 1 van art. 6. Het ne bis in idem-beginsel maakt echter geen deel uit van art. 6 EVRM. Dat is, binnen het verdragsrechtelijke kader van de Raad van Europa in art. 4 van het Zevende Protocol opgenomen. Het legaliteitsbeginsel is neergelegd in art. 7 EVRM. Wel is het zo – en daar doelt de Afdeling wellicht op – dat het bestempelen van een bepaalde overheidsmaatregel als voortvloeiend uit een “criminal charge” in de zin van art. 6 lid 1 EVRM een systematisch verband schept met die overige waarborgen: er is dan tevens een ‘criminal offence’, in de zin van lid. 2 van art. 6 EVRM (de onschuldpresumptie) en tevens geldt de maatregel als “penalty” in de zin van art. 7 EVRM (het legaliteitsbeginsel). Ten aanzien van het ne bis in idem (beginsel) komt men via art. 4 van het Zevende Protocol uit op “criminal proceedings” respectievelijk een “penal procedure”. Al deze termen moeten autonoom – in de zin van: onafhankelijk van de nationaalrechtelijke inbedding - , maar ook in samenhang worden ingevuld, aldus het EHRM. Zo bezien vloeien de overige door de Afdeling genoemde waarborgen in zekere zin voort uit de toepasselijkheid van art. 6 EVRM. Een kanttekening daarbij is dan weer, dat Nederland het Zevende Protocol bij het EVRM niet heeft geratificeerd, zodat geen rechtstreeks beroep op de daarin, in art. 4, vervatte ne bis in idem-regel kan worden gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4284342bde093c9b63090918f72709e3d5cfb386455eb8f15d9b5444a8fa2520. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4284342bde093c9b63090918f72709e3d5cfb386455eb8f15d9b5444a8fa2520, en de alinea staat in dat document op bytes 119295 tot 121594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4284342bde093c9b63090918f72709e3d5cfb386455eb8f15d9b5444a8fa2520 | shasum -a 256