Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.43 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:808.

Onderdeel 14 betoogt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende begrijpelijk, heeft geconcludeerd op grond van “de feiten en omstandigheden zoals vermeld onder 8 tot en met 16” dat sprake is van arbeidsovereenkomsten c.q. uitzendovereenkomsten tussen Logidex en de leerlingen en van een opdrachtovereenkomst tussen Logidex en het leerbedrijf (rov. 17), voor zover die conclusie is gebaseerd op de in art. 05 ( “Toezicht” ) van de Overeenkomst opvang BBL-leerlingen vastgelegde “instructiebevoegdheid” van het leerbedrijf zoals bedoeld in rov. 12. Zo zonder meer is louter die bevoegdheid - mede in het licht van laatstgenoemde overeenkomst en/of de vierpartijenovereenkomst en/of de hiervoor aangehaalde stellingen van Logidex - volgens het onderdeel onvoldoende om te kunnen spreken van een gezagsverhouding in de zin van art. 7:610 resp. art. 7:690 BW, zodat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd in het midden heeft gelaten of tussen Logidex en/of de leerlingen en/of het leerbedrijf überhaupt wel zo'n verhouding bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4, en de alinea staat in dat document op bytes 79385 tot 80568.