Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.45 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:808.

Onderdeel 15 klaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende begrijpelijk, in rov. 17 heeft geconcludeerd dat sprake is van “een overeenkomst van opdracht” tussen Logidex en het leerbedrijf, waarmee kennelijk is bedoeld: als opdrachtnemer, respectievelijk opdrachtgever in de zin van art. 7:690 BW. Door Logidex is gesteld (memorie van grieven onder 34) dat “als opdrachtgever hoogstens de leerling en/of de school aangemerkt kan worden, of zelfs Logidex als opdrachtgever van het leerbedrijf, maar zeker niet het leerbedrijf als opdrachtgever van Logidex” . Op deze stelling is het hof niet (kenbaar) ingegaan, ergo als uitgangspunt in cassatie geldt dat zij juist is zodat evengenoemde conclusie van het hof zich daarmee niet (zo zonder nadere redengeving) verdraagt, althans valt (zo zonder meer) niet in te zien hoe desondanks toch sprake kan zijn van een opdrachtovereenkomst met Logidex als opdrachtnemer en het leerbedrijf als opdrachtgever, aldus onderdeel 15.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4, en de alinea staat in dat document op bytes 83624 tot 84732.