Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:808.

Voorts acht ik het oordeel dat sprake is van een overeenkomst van opdracht tussen de leerbedrijven als opdrachtgever en Logidex als opdrachtnemer onjuist noch onbegrijpelijk. Zoals ik al vermeldde onder 2.28, gaat het blijkens art. 7:400 lid 1 BW erom dat de ene partij zich jegens de andere partij verbindt werkzaamheden te verrichten. Dat is hier het geval. Door met een bepaald leerbedrijf een overeenkomst te sluiten verbindt Logidex zich immers leerlingen bij dit leerbedrijf te plaatsen. Dat het leerbedrijf ook bepaalde verplichtingen heeft jegens Logidex, de leerling en/of de school, doet aan de plaatsingsopdracht van het leerbedrijf aan Logidex niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4, en de alinea staat in dat document op bytes 85832 tot 86511.