Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:808.

Een leerovereenkomst is dus geen arbeidsovereenkomst, indien de verrichte werkzaamheden primair zijn gericht op het vergroten van de eigen kennis van en het opdoen van werkervaring door de leerling . Dit criterium is niet altijd eenvoudig toepasbaar. Tussen gevallen waarin de werkzaamheden primair gericht zijn op - kort gezegd - de opleiding van de leerling en gevallen waarin het zwaartepunt juist ligt op de belangen van het leerbedrijf is immers geen duidelijke grens te trekken. Zeker niet omdat in het algemeen zal gelden dat beide partijen wel (enig) belang bij de samenwerking zullen hebben . Zo ligt het voor de hand dat leerlingen die in het kader van hun MBO-opleiding de BBL volgen, wel in enige mate nuttige of productieve arbeid verrichten. Dit enkele feit brengt echter niet mee dat sprake is van arbeid in de zin van art. 7:610 BW. Immers, ook dan kunnen de verrichte werkzaamheden primair zijn gericht op het vergroten van de eigen kennis van en het opdoen van werkervaring door de leerling . Dat geldt zeker als het inschakelen van een leerling voor een leerbedrijf per saldo (mede gelet op de loonkosten en de tijd die de begeleiding in beslag neemt) meer kost dan deze oplevert .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4, en de alinea staat in dat document op bytes 43178 tot 44714.