Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:808.
Uit laatstgenoemd arrest lijkt te kunnen worden afgeleid dat niet te snel mag worden aangenomen dat de werkzaamheden primair zijn gericht op het vergroten van de eigen kennis van en het opdoen van werkervaring door de leerlingen. Belangen aan ondernemerszijde kunnen de balans kennelijk doen doorslaan naar het aannemen van arbeid in de zin van art. 7:610 BW. Daartoe lijkt zelfs niet te zijn vereist dat de werkzaamheden op zichzelf nuttig of productief voor de ondernemer zijn. Ik vind dat moeilijk te rijmen met het ook door de belastingkamer vooropgestelde criterium “dat een leerovereenkomst geen arbeidsovereenkomst is indien de verrichte werkzaamheden primair zijn gericht op het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring” . Dat ook de branche belang erbij heeft dat leerlingen worden opgeleid, doet immers niets eraan af dat de verrichte werkzaamheden van de leerlingen primair op die opleiding (het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring) zijn gericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4, en de alinea staat in dat document op bytes 47784 tot 48901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a11b38bf2bcfc4c8233baf63052663c08d70732aa76ef1552f947a5d56a4b2b4 | shasum -a 256