Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:813.

Het betoog in onderdeel 1 en de subonderdelen 1.1 t/m 1.3 komt hierop neer dat het hof de vraag of het beroep van PWC op de exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, aan de hand van een onjuiste, te weten te lichte, maatstaf heeft beantwoord. Het hof oordeelt wel dat aan de bindend adviseurs grove schuld kan worden verweten, maar kent daaraan niet de betekenis toe van opzet of bewuste roekeloosheid. Die graad van verwijtbaarheid is vereist om een beroep op een exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te doen zijn. Het hof stelt niets vast omtrent roekeloosheid bij de bindend adviseurs en daadwerkelijke bewustheid daarvan bij hen onmiddellijk voorafgaand aan hun handelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebf47f11b197f2ad802efb856a00e07e4043672a3e59d8d633f47fb13393a2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebf47f11b197f2ad802efb856a00e07e4043672a3e59d8d633f47fb13393a2b, en de alinea staat in dat document op bytes 17503 tot 18282.