Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Onder 2.19.1 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:813.

Wat de eerste twee stellingen betreft, niet wordt toegelicht waarom die stellingen essentiële stellingen vormen waaraan het hof aandacht had moeten schenkingen. Die toelichting mag in casu wel worden verlangd. De stellingen zijn immers, bezien in de context van het onderhavige geval, niet van dien aard dat het geredelijk voor mogelijk is te houden dat zij tot een andere beoordeling van het beroep op de exoneratieclausule kunnen leiden. Dit betekent dat de stellingen niet voor essentiële stellingen zijn te houden. Dan geldt de regel dat de feitenrechter niet gehouden is om op alle aangevoerde stellingen in te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebf47f11b197f2ad802efb856a00e07e4043672a3e59d8d633f47fb13393a2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebf47f11b197f2ad802efb856a00e07e4043672a3e59d8d633f47fb13393a2b, en de alinea staat in dat document op bytes 37499 tot 38135.