Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2015
Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:909.
Daarbij stelt het hof in de eerste plaats vast dat buiten twijfel is dat NN, wanneer hij spreekt over [verdachte], de verdachte bedoelt. De politie heeft in het landelijke herkenningssysteem HKS op naam gezocht. Hieruit kwam een [verdachte] naar voren, geboren op 25 mei 1961, die heeft gewoond op het door NN genoemde adres [a-straat 1] te [plaats]. Op dat adres heeft in het verleden een [getuige 2] gewoond (proces-verbaal, p. 764). Met "[getuige 2]" heeft NN kennelijk [getuige 2] bedoeld. Door NN werden bovendien na het verhoor bij de rechter-commissaris in 2005 twee mobiele telefoonnummers doorgegeven die ten tijde van de moord op [slachtoffer] in gebruik zouden zijn geweest bij de verdachte. Eén van die nummers kwam voor in het politiesysteem van de politie in de regio Flevoland en bleek op 7 oktober 2003 in gebruik te zijn geweest bij de verdachte, die toen betrokken zou zijn geweest bij een bedreiging/schietincident in Ens (proces-verbaal, p. 768).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad718aa672e7fa1540a4cdcd6fa26c04bfc975618c021706eafd173375edfc01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad718aa672e7fa1540a4cdcd6fa26c04bfc975618c021706eafd173375edfc01, en de alinea staat in dat document op bytes 73061 tot 74041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad718aa672e7fa1540a4cdcd6fa26c04bfc975618c021706eafd173375edfc01 | shasum -a 256