Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015
Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:939.
(…) Het derde lid heeft betrekking op vermogensbestanddelen waarop vóór 1 januari 2001 een genotsrecht ten behoeve van de onderneming van een gelieerd persoon is gevestigd. Deze vermogensbestanddelen vallen op grond van artikel 3.4.1.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 onder het regime van overige werkzaamheden van hoofdstuk 3, afdeling 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De waarde in het economische verkeer van het genotsrecht is onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 uitgaande van een tijdelijk genotsrecht belast geweest bij de blote eigenaar. Op grond van de in het eerste lid geformuleerde hoofdregel zou het vermogensbestanddeel op het moment van inwerkingtreding van de Wet inkomstenbelasting 2001 te boek worden gesteld voor de waarde in het economische verkeer van de blote eigendom. Dit zou betekenen dat de waardeaangroei vanaf die datum nog een keer zal worden belast, namelijk als resultaat uit een werkzaamheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7abc94d65a11bac5dc2fccd882e9f994bb5d08feefe417bc61d4e55e2d273b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7abc94d65a11bac5dc2fccd882e9f994bb5d08feefe417bc61d4e55e2d273b12, en de alinea staat in dat document op bytes 64482 tot 65449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7abc94d65a11bac5dc2fccd882e9f994bb5d08feefe417bc61d4e55e2d273b12 | shasum -a 256