Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015
Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:939.
Uit het totaal van de wettelijke bepalingen die zien op het recht van opstal vloeit voort dat het niet verplicht is om een bestaande opstal binnen het kader van de vestiging van het recht van opstal van de grondeigenaar te kopen. Het is evenzeer mogelijk om het recht van opstal te vestigen op een bestaande opstal tegen betaling van een retributie. Het valt buiten het bestek van deze bijdrage om dieper in te gaan op het antwoord op de vraag of in een dergelijk geval de opstaller voor het belastingrecht wel als eigenaar kan worden beschouwd van de opstal. In juridische zin is dit wel het geval. De wettelijke bepalingen van het recht van opstal staan toe dat een retributie wordt betaald voor het gebruik van een bestaande opstal. Is er sprake van een onafhankelijk recht van opstal, dan betekent dit dat de gebruiksvergoeding zal worden berekend over de totale waarde van het object, dat wil zeggen: de grond en de opstal. In dit geval heeft de opstaller geen economisch belang bij de waarde van de opstal. Dat vloeit voort uit de tekst van art. 5:105 BW. Hij heeft de bestaande opstal niet overgenomen tegen vergoeding van de waarde, noch heeft hij de opstal voor eigen rekening en risico gesticht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7abc94d65a11bac5dc2fccd882e9f994bb5d08feefe417bc61d4e55e2d273b12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7abc94d65a11bac5dc2fccd882e9f994bb5d08feefe417bc61d4e55e2d273b12, en de alinea staat in dat document op bytes 84854 tot 86137.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7abc94d65a11bac5dc2fccd882e9f994bb5d08feefe417bc61d4e55e2d273b12 | shasum -a 256