Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:956.

Voor het bewijs dat de verdachte mede als dader van de straatroof kan gelden kunnen worden gebruikt de aangifte, het proces-verbaal bevindingen d.d. 11 mei 2012 (dossierpagina's 10-11) en de foto van de op het hoofd van de verdachte aangetroffen pet (dossierpagina 63). Deze bewijsmiddelen wijzen de verdachte met zeer grote mate van zekerheid aan, omdat er tussen de melding en de staande houding slechts drie minuten zijn verlopen en de beide verdachten in de onmiddellijke nabijheid van de plaats delict worden aangetroffen. Daarnaast is niet voor de hand liggend dat in zo'n kort tijdsbestek twee mannen van [plaats] herkomst met gelijksoortige petten met dezelfde tekst binnen een zo klein gebied aanwezig zijn. Ten slotte speelt een rol dat de verdachte nooit heeft verklaard waar hij, als hij niet bij de straatroof betrokken was, wel vandaan kwam en waar hij was op het moment van de straatroof. Onder de geschetste omstandigheden kan het niet anders dan dat de verdachte één van de drie daders is geweest van de door de aangever beschreven straatroof. Aan deze conclusie kan de kale ontkenning van de verdachte betrokken te zijn bij de beroving niet afdoen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6, en de alinea staat in dat document op bytes 15938 tot 17122.