Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015

Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:956.

Ik persisteer bij het verzoek tot het horen van beide getuigen. De verklaring van het slachtoffer [betrokkene 1] is voor het bewijs gebruikt. Ik wil hem nadere vragen stellen over de omschrijving die hij heeft gegeven van het petje dat een van de daders tijdens de beroving op zijn hoofd had. Mijn cliënt droeg bij zijn aanhouding een petje, waarop met grote gouden letters 'NY' stond. [betrokkene 1] heeft niets over die letters verklaard. De rechtbank heeft aangenomen dat het bij de door cliënt en door [betrokkene 1] bedoelde petjes om een en hetzelfde petje gaat. Ik wil aantonen dat dit niet kan worden vastgesteld. Bovendien is niet duidelijk in welke taal [betrokkene 1] door de politie is gehoord. Ik realiseer mij dat [betrokkene 1] in St. Petersburg moet worden gehoord, maar gelet op het verdedigingsbelang mag dit geen belemmering zijn voor toewijzing van het verzoek. Mijn cliënt heeft verklaard dat hij de medeverdachte [betrokkene 2] pas vijf minuten voor de aanhouding, dus na de beroving, is tegengekomen. Ik wil [betrokkene 2] nader ondervragen over de gebeurtenissen rond de beroving. [betrokkene 2] is thans in Nederland uit anderen hoofde gedetineerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6, en de alinea staat in dat document op bytes 18667 tot 19856.