Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015
Onder 5.6. Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:956.
Om meer dan een voorzichtige veronderstelling gaat het in het voorgaande niet. Wel meen ik dat de arresten die door de Hoge Raad onder de nieuwe bedeling zijn gewezen, zich in deze sleutel laten zetten. Ik wijs in dit verband op HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1559 en HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1587 waarin de Hoge Raad de bewijsoverwegingen van het Hof betrok bij zijn beoordeling van de begrijpelijkheid van de afwijzing van de desbetreffende getuigenverzoeken. Die benadering brengt mee dat de onaannemelijkheid van de stelling die de verdediging door het horen van de getuige wenst te onderbouwen, een argument vormt op grond waarvan de afwijzing van dat verzoek niet onbegrijpelijk wordt geoordeeld (HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:15680. Die benadering brengt ook mee dat de verdachte onvoldoende belang kan hebben bij de klacht dat de afwijzing van het verzoek onbegrijpelijk is gemotiveerd, zoals het geval was in HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3113. Het ging in dit arrest om een getuige die bij de politie een voor de verdachte belastende verklaring had afgelegd. Het Hof achtte die verklaring bruikbaar voor het bewijs omdat het bewijs naar zijn oordeel niet uitsluitend of overwegend op deze verklaring berustte, terwijl die verklaring bovendien steun vond in ander bewijsmateriaal. De Hoge Raad nam in aanmerking dat dit oordeel van het Hof in cassatie niet werd bestreden, hetgeen leidde tot het oordeel dat de verdachte onvoldoende belang had bij zijn klacht over de afwijzing van het getuigenverzoek. Aandacht daarbij verdient dat het Hof had overwogen dat het zekerheidshalve had getoetst aan het criterium van het verdedigingsbelang en dat de Hoge Raad zich niet uitliet over de vraag welk criterium had moeten worden aangelegd. Dat zou erop kunnen duiden dat het toepasselijke criterium van ondergeschikt belang is voor de vraag of de verdachte achteraf bezien voldoende belang heeft bij cassatie. Voorzichtigheid met het trekken van conclusies is hier echter geboden. In de andere door mij genoemde arresten was steeds het noodzaakcriterium van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6, en de alinea staat in dat document op bytes 26042 tot 28142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6 | shasum -a 256