Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015

Onder 5.11. Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:956.

Het verzoek om medeverdachte [betrokkene 2] als getuige te horen is door de verdediging slechts summier gemotiveerd, maar kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof het verzoek aldus verstaan dat het verdedigingsbelang bij het horen van [betrokkene 2] gelegen was in het feit dat deze getuige verdachtes bewering dat hij zich pas kort voor de aanhouding bij [betrokkene 2] had gevoegd, zou kunnen bevestigen. Het is niet onbegrijpelijk dat het Hof, dat in aanmerking nam dat [betrokkene 2] die bewering al bij de politie had bevestigd, heeft geoordeeld dat een herhaalde bevestiging redelijkerwijze geen verandering zou brengen in de waardering van het bewijs. Anders dan het middel wil, lijkt uit de recente jurisprudentie van de Hoge Raad te volgen dat het Hof daarbij mocht betrekken dat de bewering van verdachte niet geloofwaardig was (vgl. hiervoor, punt 5.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0ffd81aa5ec99888da6aef69f396e88a2d7060812491a18889149d7ffd770a6, en de alinea staat in dat document op bytes 33336 tot 34219.