Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:980.
Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa66c388631c6549d714a004fc06132a8eb3a096d1386b6811036f7bcbff0970. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa66c388631c6549d714a004fc06132a8eb3a096d1386b6811036f7bcbff0970, en de alinea staat in dat document op bytes 29446 tot 29881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa66c388631c6549d714a004fc06132a8eb3a096d1386b6811036f7bcbff0970 | shasum -a 256