Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:982.
Klacht 1 strekt ten betoge dat het hof ten onrechte heeft nagelaten te beslissen op de vraag naar de toepasselijkheid van de uitzonderingen van art. 1:204 lid 1 sub e (oud) BW. Volgens de klacht was beantwoording van die vraag noodzakelijk (cassatierekest onder 35). Als geen van de uitzonderingen van art. 1:204 lid 1 sub e (oud) BW zich voordeed, had [verweerder] geen belang bij zijn verzoeken. Ten tijde van het inleidend verzoekschrift was erkenning door [verweerder] nietig geweest. Aan een beoordeling van een vernietiging van de erkenning door [verzoeker 2] langs de lijnen van HR 12 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ7386, NJ 2005/248 m.nt. JdB, was dan volgens de klacht niet toegekomen (cassatierekest onder 36). Voor zover wel sprake was van een uitzondering, diende het strenge beoordelingskader van rov. 3.5.3 van de genoemde beschikking van de Hoge Raad te worden gehanteerd (cassatierekest onder 37).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd, en de alinea staat in dat document op bytes 26188 tot 27162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd | shasum -a 256