Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015

Onder 3.5.5 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:982.

Voor de goede orde teken ik nog aan dat de jurisprudentie van de Hoge Raad waarop wordt gedoeld in de nota naar aanleiding van het verslag die in de beschikking van de Hoge Raad van 12 november 2004 wordt geciteerd, hierop neerkomt, dat in gevallen waarin de moeder haar bevoegdheid misbruikt door een ander dan de verwekker toestemming tot erkenning te verlenen met geen ander doel dan om aan de vader verwezenlijking van diens uit art. 8 lid 1 EVRM voortvloeiende aanspraak op erkenning te onthouden, die bepaling eraan in de weg staat die toestemming als een rechtsgeldige aan te merken, hetgeen meebrengt dat de met zodanige toestemming gedane erkenning ingevolge het bepaalde in (thans) art. 1:204 lid 1 sub c BW (erkenning zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder) nietig is . In zoverre hebben rechtbank en hof mijns inziens minder juist van een vernietiging in plaats van een nietigverklaring gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd, en de alinea staat in dat document op bytes 46760 tot 47767.