Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:982.

Klacht 5 (klacht 4 ontbreekt), die mede wordt voorgesteld voor het geval dat niet de strikte maar de minder strikte maatstaf van toepassing zou zijn (zie het cassatierekest onder 46), strekt ten betoge dat zonder beoordeling van de juistheid van de essentiële en in rov. 4.5 weergegeven stellingen van de vrouw dat zij [verzoeker 2] toestemming gaf tot erkenning van [A] met het oogmerk “de toen reeds geruime tijd bestaande gezinssituatie te bevestigen” en “de belangen van [A] te behartigen” , het hof niet kon concluderen dat de moeder misbruik maakte van haar bevoegdheid door [verzoeker 2] toestemming te geven om [A] te erkennen. Volgens de klacht heeft het hof ten onrechte ook geen rekening gehouden met het feit dat [verzoeker 2] in de procedure als belanghebbende is opgetreden en zich daarbij - zakelijk weergegeven - op family life met [A] heeft beroepen (cassatierekest onder 44), evenmin als met de navolgende omstandigheden, die ondersteunen dat de vrouw andere beweegredenen dan het oogmerk de belangen van [verweerder] te schaden heeft (althans kon hebben) gehad:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 773a0fd306133c927f2431829d2bef3b7d479e9d405c14f03cade71e23c7b4fd, en de alinea staat in dat document op bytes 60472 tot 61726.