Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:985.

Het oordeel in rov. 41 over de betekenis van de bewuste passage in de overeenkomst is, zo betoogt het subonderdeel vervolgens, te meer onbegrijpelijk, nu het hof zelf heeft overwogen dat geen van beide interpretaties aanstonds volstrekt onaannemelijk is. Wil dit laatste het geval zijn, dan moeten beide interpretaties toch ten minste te rijmen zijn met de tekst van de overeenkomst. Is dat het geval, dan valt niet goed in te zien dat vervolgens toch op basis van enkel de tekst van de overeenkomst kan worden vastgesteld wat partijen zijn overeengekomen, althans behoeft nadere uitleg waarom het hof dan uit de tekst zelf, zoals het heeft overwogen, niets anders kan afleiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21832760ba2e1a76286f2bd5af841576727714a86b6af0213d0197b1791f4af0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21832760ba2e1a76286f2bd5af841576727714a86b6af0213d0197b1791f4af0, en de alinea staat in dat document op bytes 34294 tot 34985.